Vrijdagavond 12 september
De nacht van de poezie
Het begon ooit met Poezie. In de achtertuin van Bram Roza aan de Goidschalxoordsedijk. Een avond met dichters, performers. Gewoon buiten.
Nu anno 2008 wordt het Bram Roza Festival voor de 10e keer in Nieuw-Beijerland georganiseerd. Met nog steeds poëzie als uitgangspunt.
Op vrijdagavond 12 september zullen zowel gevestigde orde als jong talent hun stem laten horen. Zo kunt u luisteren naar Rien Vroegindeweij, Ester Naomi Perquin, Vrouwkje Tuinman, Ibunda, Manuel Kneepkens en Mustafa Stitou.
Rien Vroegindeweij
Rien Vroegindeweij maakt eenvoudige gedichten over herkenbare zaken. Over Rotterdam en omgeving, over alledaagse gebeurtenissen. Eenvoudig en herkenbaar, maar wel altijd verrassend.
Stilleven
Als je moet wachten – er zijn zoveel kamers
het huis van god de praktijk van de tandarts
luchthavens bruggen stoplichten
neem de tijd om de donkere dingen te bekijken
vlekken rare hoeken vreemde constructies
kleuren die een schilder nooit zou gebruiken
en hoed je voor het voltooide geef je over
aan het vormloze – je moet toch wachten.
Uit: Gemengde berichten, Rien Vroegindeweij
Meer over Rien Vroegindeweij
Ibunda
Sinds 3 jaar schrijf ik met enige regelmaat gedichten. Veel van mijn werk is geïnspireerd op het leven zelf en hoe het leven in mij staat, al dan niet autobiografisch.
Ik treed af en toe op en heb meegedaan aan enkele poëziewedstrijden.
Infantiel vermogen
Hij veinst vage uitspraken
-semi-humoresk-
of wat daar ooit
voor door moet gaan
spreekt speeksel
met een ijle mond
smacht naar zinnen
die nooit geboren zijn
hij smeekt met valse lippen
gretig om verse woorden
leesbaar genot dat zijn
infantiele geest zal voeden
mijn medelijden is groot
groter
dan
ooit
Ibunda, 25 mei 2008
Meer over Ibunda
Manuel Kneepkens
Manuel Kneepkens is een veelzijdig man. Hij is dichter, politicus en jurist-criminoloog. Kneepkens is geboren in Heerlen, in een katholiek gezin. Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmus universiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie. Van 1992 tot 1994 was Kneepkens partijvoorzitter van De Groenen. Manuel Kneepkens verliet de universiteit in 1994 en was tot 2006 gemeenteraadslid in Rotterdam voor de door hem opgerichte Stadspartij Rotterdam. Met zijn vertrek uit de gemeenteraad in 2006 was het tevens afgelopen met de Stadspartij. In die twaalf jaar als raadslid trachtte Kneepkens ‘wat poëzie in de gemeenteraad te brengen’. Soms deed hij dat door een motie in dichtvorm voor te lezen. Kneepkens was ook de man van een hoeveelheid fantasierijke proefballonnen. Zo was er de lokvuilniszak, het landingsplan Zeppelin en het café In het Stadhuis. Kneepkens heeft veel gedaan voor de positie van Rotterdam in cultureel opzicht.
Limbabwe
Heimwee naar Limbabwe is als in bad gaan
met Batsheba, de vrouw van Uriah
de Marilyn Monroe van haar tijd
De Maas
draait er een mooie revolutie af, een hele mooie
ritselende revolutie, dag & nacht
de Maas in Limbabwe!
En daarom…daarom…
hebben alle nijlpaarden, antilopen & giraffen
& vooral de Vogel Struys
altijd heimwee naar Limbabwe!
Altijd!
Moustafa Stitou
Stitou wordt geboren in Marokko, maar groeit op in Lelystad. In 1993 gaat hij geschiedenis en filosofie studeren in Amsterdam. Dankzij Remco Campert staat Stitou in 1994 op Poetry International. In datzelfde jaar wordt zijn debuutbundel Mijn vormen genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei schrijft hij in 1999 een gedicht dat op 4 mei wordt voorgedragen. In 2003 schrijft hij teksten voor de Filmmuseum Biënnale. Hij wint in 2004 de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor zijn derde bundel Varkensroze ansichten.
De geit
toen ik werd geboren
was het feest
de geit die werd geslacht
bleek zwanger
hier noem je dat
twee vliegen in één klap
ik werd geboren
in een sober huis
tijdens het feest
kwam er een man langs
hij was zwerver
en deels bedelaar
van een zus kreeg hij
een brood
gewikkeld in een doek
hij zei is het een jongetje
noem hem Mrizak
simpelgezegd weet ik
ik ben een mogelijkheid
ik word bewogen
door mijn voorstelling
van Mrizak en de anderen
uit: Mijn gedichten van Mustafa Stitou
Vrouwkje Tuinman
Vrouwkje Tuinman (1974) debuteerde in 2004 bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar met de dichtbundel Vitrine. In 2005 verscheen de roman Grote acht. Ook organiseert ze literaire evenementen, schrijft ze columns, publiceert ze bloemlezingen en treedt ze regelmatig op tijdens festivals en literaire avonden. Vrouwkje ontving de Hollands Maandblad Poeziebeurs 2003/2004 en werd genomineerd voor de Libra Prijs, de Debutantenprijs en de Selexyz Debuutprijs. In 2005 ontving zij het C. C. S. Crone Stipendium van de stad Utrecht. Haar dichtbundel Receptie verscheen in 2007. I.o.v. Janine Jansen en het Internationaal Kamermuziek Festival schreef Vrouwkje nieuwe teksten bij Saint Saens' Carnaval der dieren. Momenteel werkt zij aan het libretto voor een kleine opera van Niels Berentsen, alsmede aan nieuw proza onder de titel Buurvrouw - te verschijnen najaar 2008.
Je legt me neer en spreidt.
Pelt me open, kijkt, ziet duizend
gezichten waar ik maar één – lelijk –
dacht. Je neemt de hele nacht.
‘s ochtends mag het licht weer aan.
Uit: Vitrine, Vrouwkje Tuinman
Meer over vrouwke
Ester Naomi Perquin
Ester Naomi Perquin is één van de jonge talenten die zal spreken op 14 september op de dichtersavond van het Bram Roza Festival. In 2006 studeerde Perquin af aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. Servetten halfstok is haar debuut. De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs 2007.
Vertegenwoordiger
Je bent naar alle waarschijnlijkheid
veel langer, breder ook dan ik nu zie,
hebt meer ogen bovendien, allerhande
tastende gevoeligheden, waaronder oren
voor zelfs het minst geluidmakende leven
om je heen: kaarslicht, slapend kikkerdril.
Je hebt in het echt misschien een been
dat mankt, je loopt gebogen, hoofd omhoog,
of liever hoofden, meerstemmig ook.
Je spreekt in vreemde tongen, als je
spreekt – maar meestal blijf je stil.
Ik kan het allemaal niet zeker weten.
Het lichaam dat jou lijkt uit te drukken,
jou verpakt en dan in porties aan
mijn blik verkoopt, maakt de winst,
loopt wel binnen, doet maar alsof
het jou mag zijn, alsof het bestaat:
onverdraaglijk traag ademend ding
dat zich om je vormen wringt.
Uit: Servetten halfstok, Ester Naomi Perquin